Het is voor iedereen

Naarmate de afstand tot de stad afnam, nam Sarahs twijfel toe. Deed ze hier wel goed aan? Zouden ze haar wel binnenlaten? Welk recht had zij als buitenstaander, als vreemdeling? Anna leek haar twijfels aan te voelen. Was ze onbewust langzamer gaan lopen? Anna hield even in totdat ze naast elkaar liepen. “Wat is het? Vertel op!” Geen geheimen, dacht Sarah bij zichzelf. Daar was in hun vriendschap nooit ruimte voor geweest. Dus deelde ze haar zorgen met haar beste vriendin. “Wat als ze me niet binnenlaten, wat als ze me terugsturen?” Anna’s ogen vonkten even. “Hoezo, wat als? Natuurlijk laten ze je binnen! Dat is jouw recht.” “Maar ik ben geen Israëliet… niet echt tenminste”, voegde Sarah eraan toe. Haar ouders hadden zich bij de Israëlieten gevoegd toen Sarah nog niet geboren was. Dit volk, deze mensen, dit was alles wat ze kende, dit was haar familie. Maar dat het zo voelde maakte het nog niet echt. “Kom op Sarah”, zei Anna en ze sloeg een arm om haar schouder. “Je kent ons volk nu toch wel, je weet toch hoe het werkt? Jij dient dezelfde God als ik en vreemdeling of niet, de bescherming geldt ook voor jou. Het is voor iedereen!”

In de Bijbelteksten over de vrijsteden lezen we dat de vrijsteden bestemd waren voor de kinderen Israëls maar ook voor de vreemdeling die in hun midden woonde. In die zin waren de vrijsteden dus voor iedereen. Als je als vreemdeling bij het volk Israël wilde horen dan vroeg dit wel om een keuze. Namelijk de keuze om ook de gebruiken en regels die erbij hoorden te respecteren en na te volgen. In deze blog zullen we hier verder naar kijken hoe dit was in de tijd van de vrijsteden. We kijken ook naar wat dit vandaag voor ons betekent. Want als je leest over de vrijsteden en hoe de bescherming van deze steden voor iedereen was dan vind je hier ook een belofte in van God naar ons toe. Namelijk de belofte dat Gods zegen altijd al bedoeld was voor iedereen en niet alleen voor Gods uitverkoren volk.

Jozua 20:1-9
1Verder sprak de HEERE tot Jozua, zeggende: 2Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Geeft voor ulieden de vrijsteden waarvan Ik met ulieden gesproken heb door den dienst van Mozes. 3Dat daarheen vliede de doodslager die een ziel door dwaling, niet met wetenschap, verslaat; opdat zij ulieden zijn tot een toevlucht voor den bloedwreker. 4Als hij vlucht tot een van die steden, zo zal hij staan aan de deur der stadspoort en hij zal zijn woorden spreken voor de oren van de oudsten derzelver stad; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen en hem plaats geven, dat hij bij hen wone. 5En als de bloedwreker hem najaagt, zo zullen zij den doodslager in zijn hand niet overgeven, dewijl hij zijn naaste niet met wetenschap verslagen heeft en hem gisteren en eergisteren niet heeft gehaat. 6En hij zal in dezelve stad wonen, totdat hij sta voor het aangezicht der vergadering voor het gericht, totdat de hogepriester sterve die in die dagen zijn zal; dan zal de doodslager wederkeren en komen tot zijn stad en tot zijn huis, tot de stad vanwaar hij gevloden is. 7Toen heiligden zij Kedes in Galiléa op het gebergte van Naftali, en Sichem op het gebergte van Efraïm, en Kirjath-Arba, deze is Hebron, op het gebergte van Juda. 8En aan gene zijde van de Jordaan van Jericho oostwaarts, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van den stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van den stam van Gad; en Golan in Basan, van den stam van Manasse. 9Dit nu zijn de steden die bestemd waren voor al de kinderen Israëls, en voor den vreemdeling die in het midden van henlieden verkeert, opdat derwaarts vluchte al wie een ziel slaat door dwaling; opdat hij niet sterve door de hand des bloedwrekers, totdat hij voor het aangezicht der vergadering gestaan zal hebben.

Numeri 35 vers 15
15Die zes steden zullen voor de kinderen Israëls en voor den vreemdeling en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn, opdat daarheen vliede wie een ziel onvoorziens slaat.

Wie was die vreemdeling?

Als je op zoek gaat in de Bijbel om te ontdekken wie dan die vreemdeling was die in het midden van de kinderen Israëls woonde dan komen we meerdere voorbeelden tegen. Al bij de uittocht uit Egypte trokken er ook anderen met hen mee. Dat was niet de eerste en ook niet de laatste keer dat vreemdelingen zich bij het volk Israël voegden. Denk bijvoorbeeld aan Rachab (Jozua 2). In Jozua 6 vers 25 staat: Dus liet Jozua de hoer Rachab leven, en het huisgezin haars vaders en al wat zij had, en zij heeft gewoond in het midden van Israël tot op dezen dag; omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had om Jericho te verspieden. Door haar geloof werd ze gespaard, dit wordt nog eens bevestigd in Hebreeën 11 vers 31: Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen.

Een ander voorbeeld dat we allemaal wel kennen is het voorbeeld van Ruth, een Moabitische vrouw. Tegen Naomi zei ze: Uw volk is mijn volk en Uw God mijn God (Ruth 1:16). Vanaf dat moment hoorde Ruth erbij, al was ze een vreemdeling. Ook ontstonden er veel vermengingen met andere volken door huwelijken. Dit was misschien niet de bedoeling maar we zien wel dat God dit ook kan laten meewerken ten goede. Er werd dan niet meer gekeken naar waar een persoon vandaan kwam maar wel naar welke God hij diende. Als hij de God van Israël diende en deel uitmaakte van het verbond dan was dat het belangrijkste. Dit soort voorbeelden bewijzen mij dat God niet kijkt naar waar we vandaan komen maar dat Hij ons hart aanziet.

Bescherming van de vreemdeling

Het volk Israël kreeg vaker de opdracht van God de vreemdelingen onder hen te beschermen, niet alleen hier bij de vrijsteden. Hiermee herinnert God hen eraan dat ze zelf ook eens vreemdelingen waren in het land Egypte.

Exodus 22:21
Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

Wanneer een vreemdeling volgens de wetten van Israël leefde dan zou hij onder diezelfde wetten ook bescherming vinden. De vreemdeling moest zich wel aan de gebruiken en regels van het volk houden. Zo moest ook de vreemdeling de sabbat in ere houden. Met sommige dingen mocht de vreemdeling meedoen, zoals feestvieren bij bepaalde ingestelde feesten. Bij andere dingen moest de vreemdeling zich afzijdig houden tenzij hij besneden was. Ook konden vreemdelingen offers brengen aan God. Vreemdelingen werden ook deel van het verbond met God, zie onderstaande tekst.

Deuteronomium 29:10-15
10Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten en uw ambtlieden, alle man van Israël, 11Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe, 12Om over te gaan in het verbond des HEEREN uws Gods en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE uw God heden met u maakt, 13Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. 14En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek, 15Maar met dengene die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN onzes Gods staat, en met dengene die hier heden bij ons niet is.

Het is mooi om te zien dat als mensen ervoor kozen om bij het volk van God te horen er ook een keuze ontstond om bij God zelf te horen. Zo werden de voorrechten van het volk Israël ook voorrechten voor de vreemdelingen onder hen. En de bescherming van het volk Israël gold nu ook voor hen.

Voor alle volken

Toen Abram geroepen werd door God sprak hier al de belofte uit dat Gods zegen voor alle volken kon zijn en niet alleen voor de Israëlieten.

Genesis 12 vers 3
“En Ik zal zegenen die u zegenen, en vervloeken die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.”

Ook in Galaten komt dit terug:

Galaten 3: 7-9
7Zo verstaat gij dan, dat degenen die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. 8En de Schrift, tevoren ziende dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft tevoren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. 9Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

Als je Gods liefde aanneemt in jouw leven dan hoor je erbij. Israëliet of niet, het maakt niet uit. Het is voor iedereen. Kolossenzen 3 vers 11 zegt het zelf: Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije, maar Christus is alles en in allen.

In Jesaja 56 vers 3 tot en met 7 staat dat ook de vreemdeling die zich aansluit bij God onderdeel zal zijn van het volk van God. Ook voor de vreemdeling zal er een plaats zijn in Zijn huis. En in vers 7 staat het zo mooi: Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken. Ik geloof dat deze belofte aan de vreemdelingen onder het volk Israël ook doorklinkt naar ons. Alles buiten de Israëlieten, alle volken, alle mensen die zich tot God bekeren. Voor hen zal er ook een plaats zijn in de hemel. In het studieboek ‘Jesaja toegelicht & toegepast’ staat het heel mooi: Het gaat niet om wie ze van oorsprong zijn, maar wat ze in Hem zijn geworden.

God is voor iedereen

En zo kom ik bij de conclusie: God is voor iedereen. Maar voordat jullie denken dat ik voorstander ben van de alverzoeningsleer – dat ben ik zeker niet en wie weet komt daar binnenkort ook nog een blog over… – voeg ik hier nog wel wat aan toe. Het is voor iedereen die het gelooft én die het aanneemt. Als je het niet aanneemt zul je het ook niet ontvangen. Het is een vrije keuze. God wil niemand dwingen, hoe groot de gevolgen ook zijn. Maar dat gezegd hebbende: het is wel voor iedereen. Ook voor jou. Waar je ook vandaan komt en wat je ook hebt gedaan. Gods liefde en genade zijn er ook voor jou.

In de tijd van de vrijsteden hadden de vreemdelingen ook de keuze om bij God te horen en onder Zijn volk te wonen. Maar dan kwamen de regels die erbij hoorden er ook bij, dat was de keuze die ze moesten maken. Nu, in deze tijd, hebben ook alle mensen de mogelijkheid om bij God te horen (tot in alle eeuwigheid!). Maar dit vraagt wel om een keuze die je moet maken. De keuze om Zijn offer aan te nemen en te geloven in Jezus als de weg, de waarheid en het leven. Maak je die beslissing? Dan hoor je erbij! Of je nou Israëliet of vreemdeling bent.

Het is voor iedereen…

Dit was het tweede deel van de blogserie over de vrijsteden van Israël. Het eerste deel was: het is bereikbaar. Het onderwerp van de volgende blog in deze serie is: Heilig en rein.

Share: