Aan alles is gedacht

Sarah dacht terug aan de dag dat ze Hebron binnenkwam en haar verhaal moest doen. En hoe de oudsten van de stad bijna háár moesten overtuigen van haar onschuld in plaats van andersom. De oudsten lazen haar voor uit de boeken van Mozes. Ze hoorde de teksten uit hun mond en wist met haar verstand wel dat ze onschuldig was. Maar haar hart was gebroken. Ze voelde dat ze moest boeten. Dat zou God toch zeker ook vinden? Maar de oudsten vertelden haar wat anders. “Je bent onschuldig Sarah. God wil dat je dat weet en dat je leeft. Straf jezelf dus niet langer,” zei een van de Levieten. En een andere Leviet voegde hieraan toe: “Je zult tot de dood van de hogepriester in Hebron moeten blijven, Sarah. Dat zal een grote aanpassing voor je zijn, weg van je familie en de mensen die je liefhebt. Straf jezelf daarom niet nóg meer.”  Sarah was in haar hart nog niet overtuigd maar wat ze wel besefte was dit: God had aan alles gedacht. Dat was iets wat haar raakte in haar hart, het was een klein lichtpuntje van hoop. 

De manieren waarop een persoon expres en per ongeluk iemand zou kunnen doden worden uitgebreid opgenoemd en uitgewerkt in de Bijbelteksten over de vrijsteden. Tot in het kleinste detail. Dat geeft wel iets moois weer van het karakter van God. Aan alles is gedacht. Je kunt het niet meer vrij interpreteren, er zijn geen dingen onduidelijk meer. De doodslager kon rekenen op een rechtvaardig oordeel van de vergadering waarvoor hij zou komen te staan. Ook het verdere verloop van het leven van de doodslager en hoe hij uiteindelijk weer terug kon keren naar zijn oorspronkelijke woonplaats en leven wordt uitgebreid beschreven: aan alles is gedacht! 

Numeri 35:15-24 
15Die zes steden zullen voor de kinderen Israëls en voor den vreemdeling en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn, opdat daarheen vliede wie een ziel onvoorziens slaat. 16Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij, deze doodslager zal zekerlijk gedood worden. 17Of indien hij hem met een handsteen waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven is, een doodslager is hij, deze doodslager zal zekerlijk gedood worden. 18Of indien hij hem met een houten handinstrument waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij, deze doodslager zal zekerlijk gedood worden. 19De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden, als hij hem ontmoet, zal hij hem doden. 20Indien hij hem ook door haat zal gestorven hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij; 21Of hem door vijandschap met zijn hand geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk gedood worden, een doodslager is hij; de bloedwreker zal dezen doodslager doden, als hij hem ontmoet. 22Maar indien hij hem metterhaast, zonder vijandschap, gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft, 23Of onvoorziens met enigen steen waarvan men zou kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende. 24Zo zal de vergadering richten tussen den slager en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.  

Deuteronomium 19:4-6 
4En dit zij de zaak des doodslagers, die daarhenen vlieden zal, dat hij leve; die zijn naaste zal geslagen hebben door onwetendheid, dien hij toch van gisteren en eergisteren niet haatte; 5Als, dewelke met zijn naaste in het bos zal zijn gegaan, om hout te houwen, en zijn hand met de bijl wordt aangedreven, om hout af te houwen, en het ijzer schiet af van den steel, en treft zijn naaste, dat hij sterve; die zal in een dezer steden vluchten en leven. 6Opdat de bloedwreker den doodslager niet najage, als zijn hart verhit is, en hem achterhale, omdat de weg te verre zou zijn, en hem sla aan het leven; zo toch geen oordeel des doods aan hem is; want hij haatte hem niet van gisteren en eergisteren. 

Eén weg en één waarheid 

Mooi hè, als je dit leest! Aan alles is gedacht! Ik geloof dat het zo ook is met Gods hele woord. Soms denken mensen dat sommige delen van de Bijbel op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Maar past dat bij het karakter van God? Is God iemand die verwarring zaait of dingen expres onduidelijk laat, zo van: dat zoeken ze zelf maar uit hoe dat bedoeld is? Nee, aan alles is gedacht. En als jij oprecht God zoekt met je hele hart dan zal de waarheid aan je geopenbaard worden. Dan zijn er geen verschillende manieren meer om dingen uit te leggen. Dan is er maar één weg en één waarheid.  

Misschien zullen we niet altijd alles begrijpen. Soms vraagt het van ons om nog dieper in Zijn woord te duiken. En andere dingen zullen straks pas – wanneer we in de hemel zijn – duidelijk worden. Zullen we dan wél alles weten? Waarschijnlijk niet, want alleen God is alwetend. Maar we zullen genoeg weten, dat weet ik zeker!  

1 Korintiërs 13:12 
Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen gelijk ook ik gekend ben.  

Maar dat we niet alles begrijpen wil niet zeggen dat de Bijbel niet compleet is of op meerdere manieren uit te leggen. Nee, de Bijbel is compleet. Aan alles is gedacht, zelfs als wij dat ‘alles’ niet kunnen zien of bevatten.  

Romeinen 11:33 
O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods!
Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! 

Gesloten ogen en oren 

Toch kunnen er mensen zijn die de waarheid niet kunnen zien. Omdat hun hart verhard is en ze Jezus niet willen aannemen als hun Heer en Heiland. Ze verwerpen Christus en daardoor zien ze en horen ze de waarheid niet. Zo zie je dat het geloof in Jezus als Zoon van God een belangrijke voorwaarde is voor het volledig begrijpen van Zijn Woord. Want Jezus ís het Woord en het Woord ís Jezus.  

2 Korinthe 4:14-16 
14Maar hun zinnen zijn verhard geworden. Want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus tenietgedaan wordt. 15Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart. 16Doch zo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen. 

Hoe mooi is dat? En hoe duidelijk ook!  

In Matthéüs 13 legt Jezus aan Zijn discipelen uit waarom hij door gelijkenissen tot de mensen spreekt. 

Matthéüs 13:10-15 
10En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen? 11En Hij antwoordende zeide tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven. 12Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft. 13Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan. 14En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien en geenszins bemerken. 15Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.  

De mensen die niet openstaan voor Christus begrijpen de gelijkenissen die Jezus vertelt niet. Dus dat hun ogen en oren gesloten blijven is uiteindelijk hun eigen keuze. De mensen staan niet open voor Christus en daardoor wordt hun hart verhard en zien en begrijpen ze de waarheid niet. Je moet het wel willen horen en willen zien. Sluit je je hart af voor Jezus dan zal een groot deel van Zijn geheimenis voor je verborgen blijven. 

Kolossenzen 2:2-3 
2Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus, 3In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. 

Dit is een mooie tekst die laat zien dat kennis verborgen is in Christus. Daar kan je dus uit opmaken dat sommige dingen een groot geheim zijn voor mensen die Christus niet hebben aangenomen. Misschien herken je dit wel als je iets over God probeert uit te leggen aan mensen. Ze zien het als onzin en als je het vertelt dan kijken ze je aan alsof je een wappie bent. Sommige dingen zullen pas duidelijk zijn en logisch klinken als mensen Jezus aannemen in hun leven.  

Johannes 8:31-32 
31Jezus dan zeide tot de Joden die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen, 32En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.  

De Bijbel interpreteren 

Is het zo erg als teksten uit de Bijbel verschillend geïnterpreteerd worden? Misschien wil je de ideeën en interpretaties van anderen graag respecteren om de onderlinge vrede te bewaren. Maar is dit wel wat Jezus van ons vraagt? In de Bijbel wordt er herhaaldelijk gewaarschuwd voor valse leraren en mensen die een ander evangelie verkondigen. Deze waarschuwingen lijken me niet voor niks. De waarheid doet ertoe.  

2 Petrus 2:1-2 
1En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven brengende. 2En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.  

Romeinen 16:17 
En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer die gij van ons geleerd hebt, en wijkt af van dezelve.  

2 Petrus 3:15-18 
15En acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid; gelijkerwijs ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, ulieden geschreven heeft, 16Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf. 17Gij dan, geliefden, zulks tevoren wetende, wacht u dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen medeafgerukt wordt, en uitvalt van uw vastigheid; 18Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.  

Houd vast aan het Woord van God en wijk hiervan niet af. Een dwaalleer – het woord zegt het al – zorgt ervoor dat je afdwaalt van de waarheid. Je kunt hier ook weer anderen in meesleuren. Je hoeft mensen die anders over dingen denken niet te veroordelen, maar je mag ze zeker wijzen op de waarheid: op Gods waarheid. 

De Bijbel is compleet 

Openbaring 22:18-19 
18Want Ik betuig aan een iegelijk die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over hem toedoen de plagen die in dit boek geschreven zijn; 19En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.  

Bovenstaande tekst heeft betrekking op de profetieën uit het boek Openbaring. Maar ik geloof dat je dit ook gerust voor de rest van de Bijbel kunt aanhouden want zoals de tekst uit 2 Timótheüs hieronder ook zegt: ‘Al de Schrift is van God ingegeven.’  God is God en als de Bijbel meer boeken had moeten hebben dan had de Bijbel dat ook gehad. Er mag niks meer aan het woord van God toegevoegd of van Zijn woord weggelaten worden en dit hoeft ook niet, want het woord van God is genoeg: aan alles is gedacht.  

Misschien dat dingen nog onduidelijk voor je zijn. Dan mag je nog meer uit Zijn woord gaan lezen. Geleid door Zijn Geest. Bid ook tot God dat Hij je de dingen zal openbaren die je nog niet begrijpt. En krijg je geen antwoord op je vragen, durf dan ook dingen los te laten en in Zijn handen achter te laten. God weet wel wat jij nodig hebt, je kunt ervan uitgaan dat je niks tekort zult komen, God heeft aan alles gedacht.  

2 Timótheüs 3:16-17 
16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is; 17Opdat de mens Gods volmaakt zij tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 

Dit was het vierde deel van de blogserie over de vrijsteden van Israël. Het vorige deel was: heilig en rein. Het onderwerp van de volgende blog in deze serie is: bescherming van het leven. 

Share: